Siméa Richtlijn Toelaatbaarheid cluster-2-onderwijs
·Isolde Podt
In deze richtlijn staat beschreven aan welke toelatingscriteria een leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot het cluster-2-onderwijs. De richtlijn is bedoeld voor leraren die lesgeven aan leerlingen met TOS, intern begeleiders, medewerkers van een samenwerkingsverband, professionals die werken in de diagnostiek of behandeling van kinderen met TOS en ouders van kinderen met TOS.
De richtlijn geeft duidelijkheid over:
- welke informatie de Commissie van Onderzoek (CvO) nodig heeft om een besluit te nemen
- hoe deze informatie aan te leveren
- praktische handreikingen om de aanvraag compleet te maken
Deze richtlijn sluit aan bij de Wet Passend Onderwijs en de WEC. De CvO beoordeelt of de leerling toelaatbaar is op het speciaal onderwijs van de instelling of voor ambulante dienstverlening in aanmerking komt. De CvO neemt een weloverwogen, multidisciplinair besluit. Om tot een besluit te komen, maakt de CvO een afweging op basis van de informatie over:
- de onderwijsbehoeften van de leerling
- de ernst van de TOS
- de ondersteuningsvragen van de school die de leerling aanmeldt
In hoofdstukken B6 en B7 staat beschreven aan welke criteria moet voldoen om de ernstmaat aan te tonen. Hierbij gaat het om een vastgestelde diagnose (vermoeden van) TOS en logopedische testgegevens. Per taaldomein moet er op 2 of meer subtests een probleem zijn vastgesteld. Het kan gaan om zeer ernstige uitval (SD > - 2.0) op 1 taaldomein, ernstige uitval (SD -1.5) op 2 taaldomeinen of lichte uitval (SD -1.3) op 3 of meer taaldomeinen. Om in aanmerking te komen voor een arrangement moet ook aangetoond worden dat er, ondanks professionele interventie gericht op de spraak-/ taalproblemen, te weinig vooruitgang is gezien. Interventie is hier een breed begrip. Er worden verschillende voorbeelden van interventies genoemd.
In hoofdstuk C1 Onderwijskundige informatie staat beschreven welke informatie de school moet aanleveren. De CvO toetst in hoeverre de leervaardigheden in overeenstemming zijn met het verwachte uitstroomperspectief van de leerling. Hiervoor is informatie nodig over:
- leervaardigheden
- sociaal-emotionele ontwikkeling
- communicatieve redzaamheid in de onderwijssituatie
- onderbouwing van het uitstroomperspectief
- doelen en effect van de extra ondersteuning
In hoofdstuk C2 Logopedische gegevens staat beschreven welke logopedische gegevens moeten worden aangeleverd.
- Handreiking Logopedische gegevens
- Handreiking Meertaligheid en TOS
- Handreiking Logopedische verslaggeving
In de handreiking logopedische gegevens staat onder andere beschreven dat er bij afname van de CELF-5-NL ook sprake moet zijn van uitval op de RTI en/of ETI. Per taaldomein wordt beschreven welke gegevens aangeleverd kunnen worden en wanneer een spraak- en/of taalsample zinvol is.
In de werkafspraak CELF-5-NL staat dit duidelijk en overzichtelijk uitgelegd. https://simea.nl/media/simea_cvo_werkafspraken_duiding_celf-5_nl_maart_2025.pdf
In de handreiking meertaligheid en TOS staat beschreven dat er gegevens nodig zijn over het communicatieve redzaamheid van de meertalige leerling in de 1 op 1 situatie en/of in de groepssituatie op de (voor)school, en daarnaast een differentiaal diagnose door een bevoegd persoon met onderbouwing en een anamnese meertaligheid met informatie over het (taal)ontwikkelingsverloop van de leerling en de aanvang, het aanbod en de status van de thuistalen.
In de handreiking logopedische verslaggeving staat beschreven welke informatie er in het logopedisch verslag moet staan. Uitgangspunt is dat een verslag kort en bondig is en een minimale belasting is voor de logopedist. In het verslag staan in ieder geval de logopedische diagnose, aard en ernst van de stoornis en prognose van de ontwikkeling. Daarnaast worden gegevens gevraagd over de duur en frequentie van de behandeling, de behandeldoelen en het effect van de behandeling en eventueel de reden voor doorverwijzing of aanvraag van het arrangement.